Categorieën
Regenkleding

De Groene Hoeve (1)

Door Gert

Op de fiets naar huis

Het laatste lesuur was woensdag uitgevallen, waardoor Else eerder naar huis kon gaan. Else gaat naar school in Dokkum. Met de fietsgroep maakt ze elke schooldag de reis van 15 km van haar woonplaats naar school en terug. Ze woont in één van de noordelijkste plaatsen van Friesland en vanaf haar huis kan ze in de verte de dijk van de Waddenzee zien liggen. Net zo als vanmorgen regende het ook nu weer. De fietsgroep heeft een hekel aan regen, maar dat gold eigenlijk niet voor Else. Al enkele jaren had Else een grote voorkeur voor het dragen van regenkleding. En dan niet van die opzichtige moderne nylon regenkleding, maar de meer stevige regenpakken.

Vooral regenpakken die gemaakt zijn van PVC. Van haar ouders had ze, vóór dat ze naar school ging, wel regenkleding gekregen, maar die had het niet lang uitgehouden. Het regenpak, wat ze had gekregen, bood niet voldoende bescherming tegen de regen. Else had duidelijk bepaalde voorkeuren. Else droeg regenpakken die de meeste leerlingen niet wilden dragen als je door de regen op de fiets naar school moest. Sommige leerlingen lieten zich liever nat regenen. Nou dat gold dus niet voor Else. Ze liet geen mogelijkheid onbenut om in haar gele regenpak te lopen of te kunnen fietsen. Dat was ook de reden geweest dat ze een krantenwijk had genomen waarbij het regenpak vaak zeer goed van pas kwam. Het is echt slecht weer, klaagden Bouke en Hans in de fietsenstalling. Slecht weer bestaat niet, wel slechte regenkleding, reageerde Else, die net haar capuchon van haar gele regenjas dichttrok. Bouke en Hans horen ook bij de fietsgroep. Samen met Bouke en Hans en twee andere meisjes van de klas reden ze richting haar woonplaats naar het noorden. Else reed op haar jongensfiets als achterste in de groep. Soms fietste als het niet druk was op de weg samen naast Bouke en Hans. Vandaag was het wel druk en ze had het uitzicht op de natte ruggen van Bouke en Hans. Doordat ze niet aan het gesprek van de anderen hoefde deel te nemen kon ze lekker nadenken over van alles en nog wat. De 2 jongens, Bouke en Hans, hoorden ook bij de groep van de basisschool die De Vijf heetten. Ze herkende zich vooral in de rol van George van het boek Blyton. Twee andere jongens van De Vijf zaten nu op een andere school.

Elke zaterdag trokken ze er met z’n vijven op uit richting de Waddenzee of naar het Lauwersmeer. Else was een echt een jongensachtig buitenkind. Eigenlijk heette ze Elsa, maar omdat ze dat te meisjesachtig vond klinken, wilde ze door iedereen Else genoemd worden. Met z’n vijven hadden ze toen de omgeving in weer en wind verkend en afgestruind. In die tijd nam ze ook een keer deel aan een tocht met z’n vijven over de Wadden. Een goede stevige regenbroek was een must.

De combinatie van water, modder en een stevig regenbroek gaf haar een bijzonder gevoel… Vanaf toen probeerde ze vaker in regenkleding te lopen. Ze vond binnen een jaar een grootte krantenwijk, waardoor ze vaker in een regenpak kon lopen. Het gladde materiaal van de regenpakken is nagenoeg onweerstaanbaar voor Else, waarom dat zo is, weet ze pas vanaf de eerste dat ze ging wadlopen. Om vaker van haar voorliefde te kunnen genieten heeft ze thuis een aantal gladde regenbroeken. Vorig schooljaar heeft ze bij een aantal regenbroeken de broekspijpen halverwege afgeknipt en ze had elastiek in de verkorte regenbroeken ingezet en met secondelijm daarna vastgezet. Dat was een hele klus geweest om te maken, maar het was haar gelukt. Ze heeft deze broekjes een enkele keer aangehad naar school onder haar broek. Ze deed dat alleen als ze zeker wist dat ze geen gym had. En ’s nachts droeg ze geregeld een regenbroek, die ze binnenstebuiten droeg. De gladde laag PVC drukt dan tegen haar naakte huid. Dit voelt voor haar heel bijzonder en het windt Else ook behoorlijk op. Else had ook van de afgeknipte pijpen van de regenbroeken verder verwerkt tot stroken, die ze vast had gezet aan de binnenkant van korte regenbroekjes. Vandaag had ze een geel plastic regenbroekje onder haar broek aangedaan. Als ze haar benen tegen elkaar deed vond ze dat een erg prettig gevoel. Wel is het altijd oppassen dat het niet wordt ontdekt. Else is eigenlijk verslaafd aan het prettige gevoel wat regenbroeken en regenpakken haar steeds geven.

Ondertussen fietste ze onder weg gewoon door in haar gele regenpak waar de regen in kleine straaltjes van haar regenpak afdroop. Haar gele PVC benen gingen door de trappers op en neer en dan vond ze ook altijd bijzonder om te zien. Ongeveer 4 km van haar woonplaats zag ze werkers op het land bezig. Ze droegen allemaal groene of zwarte stevige regenpakken tegen de regen. Ze waren aan het oogsten op het land. Ze had wel vaker gezien dat hier werkers op het land bezig waren in regenpakken.

in regenpak op de fiets

Dat werk leek haar erg aan te spreken. Op het land groeien de planten tot boven je knieën en vaak blijven de planten lang nat van de regen. Het dragen van een regenpak is dan echt noodzakelijk. Het leek voor Else een ideale plaats om op de zaterdagen te werken. Ze had al vaker nagedacht over een baantje voor de zaterdag. En hier had ze al vaker mensen aan het werk gezien in regenpakken. Voor Else leek dit haar de meest ideale plaats om op de zaterdag te werken. Else dacht na hoe ze juist daar aan een zaterdagbaantje zou kunnen komen. Ze moest het aan die mensen vragen, maar dan zonder dat de fietsgroep daar bij was. Heel even later zei ze tegen de fietsgroep dat ze in het net gepasseerde dorp eigenlijk nog boodschappen had moeten doen, maar dat ze dat was vergeten. Ze reed een stuk terug richting het dorp, totdat de rest van de fietsgroep buiten het zicht was verdwenen. Ze keerde de fiets richting de werkers op het land.

In regenpak op het land

Ze vroeg zich of ze dit niet eerst moest overleggen met haar ouders, maar Else nam het besluit om zelf actie te ondernemen. Zij had al eerder aangegeven dat ze op zoek was naar een baan voor de zaterdag. Bij het land van de werkers sprak ze de oudste arbeider aan. Ze vroeg hem of hij de persoon is die nieuw personeel aanneemt. De oudere arbeider keek Else een beetje vreemd aan. Hij zei dat ze het moest vragen aan de baas. Else vroeg waar hij te vinden is. Hij wees naar een boerderij in de verte met 2 loodsen. Daar moet je het maar eens gaan vragen. Toen Else niet ver meer was van het bedrijf was, zag Else dat iemand op een crossmotor op een akker richting de weg racete. De coureur racete richting de dam van de akker en reed daarna richting de boerderij.

Op de weg haalde hij Else in. Aan zijn postuur kon het volgens Else alleen maar een jonge vent zijn. Hij reed haar voorbij. Else zag dat zijn motorpak onder de opgespatte modderspetters zat. Else vond dat hij er niet alleen stoer uitzag, maar ook wel opwindend. Ze kreeg er onder in de buik een warm gevoel van. Else kon nog net zien dat hij verderop de crossmotor in de loods van de boerderij reed, waar zij naar op weg was. Aan de kant van de weg bij het bedrijf stond informatie over De Groene Hoeve. Toen Else het erf op reed, zag zij de motorcoureur in de opening van de loods op zijn knieën zitten, met in zijn ene hand een stuk gereedschap. Hij had zijn helm afgedaan. Else fietste naar hem toe. Hallo, zei ze, ik zoek de eigenaar van dit bedrijf. De coureur van de motor, die hooguit 3 jaar ouder bleek te zijn dan haar, keek Else met grote ogen aan en glimlachte naar haar. Oh hoi, zei hij.

De eigenaar…, oh…, loop maar even mee. Else volgde hem naar de volgende loods. Daar was aan de voorkant een boerderijwinkel van gemaakt. Links daarvan was een deur met daarnaast een bordje kantoor en kantine. Ze liepen naar binnen. Else deed nu haar capuchon af en wreef door haar vochtig geworden haar. Hij zit hier op het kantoor, zei de motorcoureur. Oké, bedankt, zei Else. Else klopte op de deur en kon naar binnen. Het kantoor zag er heel eenvoudig uit met een eenvoudige bureau en op de vloer grote tegels. Ik ben op zoek naar een zaterdagbaan. Ik wil hier graag zaterdag werken, zei ze. De eigenaar legde uit dat het werk vrij zwaar is, maar ook vaak smerig en eentonig. Else gaf aan dat zij daarvoor niet aan de kant ging. Hij vroeg naar haar werkervaring. Dat was dus minimaal. Ten slotte vroeg hij haar hoe oud ze was. Hij gaf aan dat hij eigenlijk alleen personeel aan nam van 15 jaar. Else begreep dat ze weinig kans maakte. Else gaf het niet op en zei: als ik 15 ben, kom ik terug. Ik wil hier graag een zaterdagbaan. Ze groette de baas en liep naar de deur. De eigenaar keek haar verwonderd na en dacht, wat een kuitenbijter. Else trok de deur open en botste bijna tegen de jonge vent van de motor op. Ze duwde met haar linkerarm hem opzij en passeerde hem in de gang. Ze sprong op de fiets en kwaad reed ze met een omweg naar huis. De jongen van de crossmotor liep het kantoor binnen en vroeg naar haar. De eigenaar keek de gele fietser na en zei, ik weet niet wie ze is, maar ik denk dat we haar hier wel opnieuw zullen zien. De eigenaar keek nu erg kwaad naar de jongen. En waarom ben jij niet aan het werk op het land. En opnieuw ontstond het zoveelste grote conflict tussen beide.Toen Else thuis kwam deed ze haar natte regenpak uit en hing die op in de garage.

Onderweg had ze elke woord van de eigenaar enkele malen overdacht. Ze was dus te jong en was zeer waarschijnlijk te weinig gewend. Nou dat zullen we dan wel eens zien, dacht Else. Maar hoe langer ze er na dacht, hoe reëler de woorden van de eigenaar van het bedrijf werden. Ze groette haar zus, die in de kamer zat. Die vroeg hoe haar toets voor Engels was gemaakt. Ze had het volgens haar niet goed gemaakt. Haar werk voor school was de laatste tijd erg matig. Haar ouders waren nog niet thuis. Vader maakt lange dagen in de hoofdstad Groningen op een instituut verbonden aan de universiteit en haar moeder heeft een goede baan op een advocatenkantoor in de andere provinciehoofdstad. De banen van haar ouders waren voor haar veel te duf. Else hield van het echte buitenleven. School was voor haar een straf ook als op de school, waar zij les ontvangt, veel vrijheid en keuze wordt geboden. Zoals het nu ging, zou ze zeker blijven zitten. Ze ging naar haar kamer. En ging languit op haar bed liggen en dacht na over de middag, maar ze dacht naar aanleiding van vanmiddag ook na over wat voor baan in de toekomst ze moest zoeken. Ze wist het niet goed. Met behulp van de mentoruren op school en haar eigen laptop had ze in het verleden gemerkt dat voor natuurbeheer en recreatie te weinig banen waren. Iets met zeevaart zou ook niet kunnen. Op de boot van haar ouders op het Lauwersmeer en vooral op de Wadden werd ze zeeziek. Ze bleef liever met de beide benen op de grond. Ze startte haar laptop en zocht de site op van De Groene Hoeve. Als ze terug wilde naar dit adres dan zou ze goed voorbereid zijn. Na een uur was ze al heel wat wijzer geworden. Ze vroeg zich af of zij echt wel in de biologische groenteteelt was geïnteresseerd. Hoe meer ze er over vond op andere sites, hoe aantrekkelijker het haar toe scheen. Ze zou vooral buiten aan de slag kunnen. Ook als het regende en dat sprak haar wel aan… De opleiding, die ze nu deed vond ze eigenlijk duf en oersaai. Het sloot niet aan op haar manier van leven. En ze merkte wel dat het ook niets te maken heeft met wat zij nu eigenlijk van plan was. Ze ging opnieuw op haar bed liggen en dacht na. Ze zou ook naar een groene AOC kunnen gaan, maar haar decaan had verteld dat ze na de Havo ook naar alle andere soorten opleidingen kon gaan en haar ouders zouden met een groene AOC nooit akkoord gaan. Zij had al genoeg gezeur gehad, omdat ze niet op het VWO zat. ’s Avonds na het eten zocht ze uit welke opleidingen ze na de Havo kon gaan doen die zou aansluiten bij haar gemaakte plannen. Het antwoord was sneller gevonden dan ze had dacht. Ze wist nu wat ze wilde gaan doen. Ze zou haar cijfers ophalen. Ze zou laten zien dat ze de opleiding kon halen. Vanaf morgen zou ze serieus werken aan haar huiswerk. Zoals het er nu naar uitzag zou ze beslist blijven zitten en ze had er al genoeg gezeur over gehad. Zij zou laten zien dat ze wel haar eigen weg kon uitstippelen en haar plan kon uitvoeren. Ze deed haar slaapkamer op slot en zocht haar groene regenbroek op en haar rubberen laarzen. Ze trok de regenbroek aan over haar spijkerbroek.

Daarna deed ze haar laarzen aan, waarna ze op de grond ging zitten om na te denken over haar ideeën voor later. Ze streelde de gladde glimmende regenbroek en werd er warm van. Haar vagina werd vochtig. Daarna kon ze zich niet langer inhouden en ging ze op haar bed liggen met een kussen tussen haar benen. Na een poos wrijven kwam ze klaar. Ze bleef nog even liggen om na te genieten van het gevoel dat onder haar buik verspreide over haar gehele lichaam. Even later stapte ze onder de douche en ging onder de dekens liggen met alleen haar regenbroek aan. Ze had dit al vaker gedaan, maar ze moest er mee oppassen dat ze zo niet werd gezien, omdat ze dan wat had uit te leggen. De volgende dag ruilde ze haar groene stugge regenbroek in voor een wat zachter geel plastic regenbroek. Hierover heen trok ze haar spijkerbroek aan. Zo kon ze de dag wel doorkomen. Vanaf vandaag zou ze laten zien wat haar plannen waard waren. De verjaardag van Else viel net na de voorjaarsvakantie. In de eerste week van maart zou ze de opnieuw naar De Groene Hoeve gaan. Ze had zich nu goed voorbereid. Haar plannen die ze in de tweede jaar van het voortgezet onderwijs had, heeft ze weten uit te voeren. Ze was niet blijven zitten. En nog steeds had ze haar zinnen gezet op de vervolgopleiding gericht op de teelt van groente in de volle grond. Begin februari had ze bij een winkel gespecialiseerd in dier en tuinen gevraagd naar groene regenkleding, die hadden ze wel maar niet de echte stevige stugge groene PVC regenpakken. Ze had geïnformeerd of deze ook te bestellen waren, want ze had die nodig voor haar werk in de landbouw. Een groen PVC regenpak van zeer stevige kwaliteit kon wel worden besteld. Ze had haar mobiele nummer achter gelaten. Halverwege februari werd ze gebeld. Er werd haar verteld dat haar regenpak in de winkel voor haar gereed lag. Tijdens een tussenuur had ze de stevige regenbroek en regenjas gepast. De winkelier haalde het regenpak uit de plastic verpakking en reikte het Else aan. Ze schoof haar benen één voor één in de regenbroek. De regenbroek was vrij stug en er zaten vouwen in het stugge materiaal. De regenjas gaf ook niet helemaal mee, maar na een aantal keren dragen zou dat wel over zijn. Volgens de winkelier was maat L wel iets aan de maat, maar binnen een jaar zou het volgens hem prima passen.

Ze kocht ook rubberen handschoenen die haar zouden moeten passen. Ze rekende het totale bedrag contant af. Onder haar arm nam ze het regenpak, dat weer in het plastic was verpakt, mee en stopte het in haar krantentas van de fiets. Thuis op haar kamer had ze het regenpak opnieuw uitgepakt. Het materiaal voelde glad, stug en koud aan. Ze merkte dat ze er zelf warm van werd. Else stond er op dat de vouwen uit het stugge PVC-materiaal weg moesten. Ze legde het regenpak in bad met heet water, waarna ze met een handdoek de plooien probeerde glad te strijken. Na 2 keer zag het er al een stuk beter uit. Ze nam zich voor om het regenpak enkele keren te dragen bij het bezorgen van de kranten tijdens de regen, want dan zag het er minder nieuw uit als ze naar De Groene Hoeve zou gaan. Else had zich voorgenomen op dinsdag vanuit school naar De Groene Hoeve te gaan. Ze had haar stevige regenpak in haar krantentas gedaan met daar bovenop enkele oude kranten. De laatste week was de dooi gaan inzetten en langs de weg in de berm lag smerige sneeuw. Die middag zou het opnieuw gaan sneeuwen. Else had tegen de fietsgroep gezegd dat ze niet mee fietste. Doordat er weinig wind stond kwam de sneeuw loodrecht uit de lucht vallen. Ergens net buiten school trok ze haar stugge groene regenpak over haar groene laarzen en schoolkleren aan. De rubberen handschoenen trok ze over de wanten aan. Van de groene regenpak was na een poos niet veel meer te zien, omdat de sneeuw bleef plakken. Op het bedrijf plaatste ze de fiets tegen de eerste loods. Ze zag dat in het kantoor geen licht brandde. Wel hoorde ze in de loods er naast mensen aan het werk. Ze liep door de grote opening van de loods naar binnen. Ze zag 2 mensen aan het werk die bezig waren met het schoonmaken van winterwortels. Hallo, zei ze. Ik ben op zoek naar de baas van dit bedrijf. Een werknemer van een jaar of vijftig keek haar aan en zei dat de baas in het woonhuis zat. Else herkende de oudere werknemer, doordat zij hem had aangesproken op het land ongeveer anderhalf jaar geleden.

Hij droeg, net als zijn collega, een regenpak die onder de modderspetters zat. De jongere medewerker zei dat hij de baas wel even ging bellen. Na het bellen, vertelde hij dat de baas onderweg was naar het kantoor. De oudste werknemer vroeg of hij moest meelopen naar het kantoor, maar Else vond dat niet nodig. Toen ze het kantoor was binnengestapt, vroeg de eigenaar waarmee hij haar van dienst kon zijn. Else zei tegen de eigenaar dat ze voor de zaterdag een baan zocht en dat ze hier wilde werken. De eigenaar keek even nadenkend naar haar en vroeg waar ze vandaan was komen fietsen. Ze noemde de plaats, maar vertelde erbij dat ze 4 km hier vandaan woont. Momenteel heb ik geen werk en bovendien neem ik eigenlijk geen meisjes aan voor het buitenwerk. In de winkel was mogelijk wel een baan beschikbaar, maar Else gaf aan dat ze vooral buiten aan de slag wilde. Else vertelde dat ze niet bang was voor zwaar, vies en eentonig werk. Okay, ik wil het proberen. Als je even je jas uit doet dan haal ik even koffie. Je lust toch wel koffie. Ja graag met een klein beetje melk en suiker. Op de plaats waar Else stond was een plas water ontstaan van de gesmolten sneeuw. De baas overhandigde even later de koffie en vroeg bij welke fietsenmaker ze haar regenkleding had gekocht. Ze vertelde dat ze het regenpak bij een tuincentrum had gekocht. De eigenaar gaf aan dat ze aan de tafel wat gegevens moest invullen. Nadat ze haar persoonlijk gegevens had ingevuld, zei de eigenaar, ik verwacht je op de laatste zaterdag van april. Op de eerste werkdag krijg je werkkleren van het bedrijf. Trouwens, op die dag komt er nog een jongen voor het eerst werken. Maar ik moet je wel waarschuwen. De eerste dag van de meivakantie en de eerste dag van de zomervakantie is voor de nieuwe medewerkers niet altijd leuk. Heb je wel eens gehoord van een ontgroening? Else knikte. Meer mag ik helaas niet zeggen. Goed we zien elkaar de laatste zaterdag in april om precies 7 uur.

De eerste werkdag

Die zaterdagmorgen in de meivakantie fietste Else op tijd weg van huis. Het was zaterdagmorgen fris, maar droog. In de fietstas had ze voor de zekerheid haar regenpak zitten die ze 2 maanden terug had gekocht. Ze was heel benieuwd en ook een beetje zenuwachtig hoe de dag zou verlopen. Ruim voor 7 uur was ze op het bedrijf aanwezig. Het was er nog erg stil. Er stond 1 auto geparkeerd naast de loods. Goedemorgen, zei de wat oudere werknemer, die ze al eerder had gesproken. Je bent er ook vroeg bij, zei hij. We hebben om 7 uur hier afgesproken zei Else. De deur van het woonhuis ging open en even later begroetten ze de baas. De eigenaar vroeg of Gerrit, want zo bleek hij te heten, ook de nieuwe werker Sjoerd had gezien. In de verte kwam een fietser aan. Het moest Sjoerd zijn, die ook voor het eerst kwam werken. In het kantoor was het een stuk aangenamer. Sjoerd en Else stelden zich elkaar voor in het kantoor. Om 7.15 uur komen de eersten aan. Voordat we om half acht aan het werk gaan wil ik jullie ook aan de anderen even voorstellen. Maar eerst moeten we nog wat zaken doorspreken. Ik heb het al met jullie over gehad. Als je hier werkt krijg je een overal , laarzen en een regenpak en ik ga er vanuit dat je er ongeveer 2 jaar mee kunt doen. Jullie moeten het maar even passen en als het past schrijf je met de zwarte stift je naam op de binnenkant van wat je net hebt gekregen. Sjoerd was iets langer dan Else, maar de overal en laarzen paste hen allebei. Die laarzen en overal kun je wel aan laten. Hij haalde nu de regenpakken uit de kast en legde die op de vloer. Ook de regenpakken pasten goed. De regenpak van Else was zelfs iets te groot. Oké die regenkleren kun je wel weer uit doen die hebben we eerst niet nodig. Else en Sjoerd schreven hun namen aan de binnenkant van hun laarzen, regenbroeken en regenjassen, waarna ze hun overal en laarzen weer aan deden. Ik zie dat het bijna half acht is en je weet wat ik heb gezegd over de eerste dag. Else en Sjoerd knikten beiden met hun hoofd. In de kantine was het een rumoerige drukte, totdat de baas met Sjoerd en Else binnenstapten. In de hoek stond Gerrit. Om 3 tafels en op plastic stoelen zat een groep van ongeveer 10 jongens van verschillende leeftijden. De jongens waren heel even stil en toen brak er een rumoer los. Else hoorde flarden van woorden als: het is een meisje, en meisjes zijn niet geschikt, en meer van dan soort geluiden. Else had niet gedacht men hier zo bekrompen zou zijn. De eigenaar stak zijn hand omhoog en het werd binnen enkele tellen stil. Hij zei, we zullen zien wat onze werkers waard zijn. Ik wil iedereen, die hier serieus wil werken, een kans geven. Wat mij betreft meten we niet met 2 maten. Een jongen van ongeveer 20 jaar, die één van de oudsten leek te zijn, ging staan. Else herkende hem vaag als de jongen die 2 jaar terug bij haar van school was gegaan. Ik denk dat zij een eerlijk kans moet krijgen. Gelijke monniken, gelijke kappen, maar dat geldt dan ook voor de vuurdoop, zei hij. En toen brak er een geweldig tumult los. Vuren, vuren werd er geschreeuwd en daarna dopen, dopen. De eigenaar wenkte nog een keer met zijn hand en vroeg wie het eens is met Nico. Alle jongens staken hun handen op. De hand van Gerrit ging daarna langzaam omhoog. En toen werd er gekeken naar Else en Sjoerd. Else stak haar hand omhoog en Sjoerd volgde en toen ging de hand van de baas de lucht in. Oké, duidelijk, zei de baas, we gaan aan het werk. Else liep met Gerrit mee, die haar uitlegde wat het werk inhield. Die morgen werkte ze hard mee en voor dat ze het besefte was de morgen bijna voorbij. Om 11.30 uur gingen ze naar de kantine om te eten. Else zag dat de jongens hun regenbroeken hadden aan gelaten of juist hadden aangedaan.

Hun groene regenjassen hadden ze onder de stoelen neergelegd. Om 12.00 uur was de pauze voorbij. Toen ging Nico staan en trok heel kalm zijn groene PVC regenjas aan. Goed, Sjoerd en Else, jullie moeten nu gaan staan, zei hij. Else en Sjoerd keken even vreemd, maar gingen beiden staan, waarna Nico begon met zijn verhaal, dat het tijd werd dat kasplantjes stevige stronken moesten worden en dat het tijd werd voor de ontgroening. Toen kwamen 2 jongens binnen met de nieuwe regenpakken van Else en Sjoerd. Aan doen, zei Nico streng. Else en Sjoerd deden nu hun regenpakken aan. Iedereen deed daarna zijn regenjas aan. Nico noemde 4 namen. Vier sterke jongens kwamen naar Else en Sjoerd en hielden hen bij hun armen vast, waarna iedereen begon te roepen van vuren. Else en Sjoerd werden naar buiten gebracht en afzonderlijk aan een rechtop staande balk vastgebonden met grote tie wraps. Nu sta ik dus letterlijk voor paal, dacht Else. Else zag 4 kisten met rotte tomaten staan. Toen kwamen 2 jongens met helmen aanzetten en deze werden bij Else en Sjoerd op hun hoofd geplaatst. Else zag de rotte tomaten van verschillende kanten op haar afkomen en na 3 minuten zag ze er uit als een besmeurde fles tomatenketchup. Ze werd losgesneden en door verschillende handen in een grote bak met water gesmeten. Ze ging kopje onder. Else werd eruit getrokken en in triomf op de schouders van de 2 grootste jongens gehesen. Genoeg stelletje rotzakken, stelletje lamstralen, allemaal naast elkaar op een rij, lachte Gerrit.

Regenpak schoonspuiten

Gerrit spoot met de hoge drukreiniger iedereen schoon, waarna Sjoerd in de kleedruimte en Else in het huis bij de bazin zich omkleedde. Die middag hielp Else Gerrit verder. ‘s Middag ontving ze het officiële certificaat van Stevig Stronk. Vanaf haar 15e jaar had Else op De Groene Hoeve een bijbaan en ze werkte er nu ruim 4 jaar hier. Het eerste jaar moest Else wennen aan het werk, omdat ze het niet gewoon was. Maar ze was een snelle leerling en liet zich niet van de wijs brengen; ook als het werk haar tegenviel. De meeste jongens hadden geaccepteerd dat Else in hun midden ook een goede arbeidskracht was. In het eerste jaar was er wel een jongen geweest die meende dat hij aan haar mocht zitten om te voelen of er ook “bloemkolen” waren te vinden bij haar. De jongen hield er een zwaar geneusde rib aan over. Daarna heeft Else nooit ergens echt last van gehad. Werkend op het tuinbouwbedrijf wordt ze heel vaak geconfronteerd met regenbroeken en regenpakken en collega’s die regenpakken dragen.

Ook Else loopt het liefst in een regenpak en dan vooral in de stugge PVC groene regenpakken. Ze wordt er dan vaak warm van en het geeft haar een bijzonder opwindend gevoel. Als ze kan kiezen in het werk wat ze moet doen, dan kiest ze er vaak voor om buiten aan de slag te gaan. Vaak was er buiten genoeg te doen en als het regende ging het werk gewoon door. Bij het onkruid wieden of oogsten van verschillende tuinbouwgewassen is dan een regenbroek of een regenpak gewoon noodzakelijk. Vooral dan genoot ze het meest van het werk op het bedrijf. Op een zaterdagmorgen maakte ze kennis met een wat oudere jongen. Hij kwam haar vaag bekend voor, maar vroeg zich af waar hij haar eerder had gezien. Hij zei, dat hij 4 jaar terug ook hier had gewerkt. Die morgen werkte ze met hem en 3 anderen in de prei. De preiplanten moesten worden geoogst en ze moesten er voor zorgen dat er niet te veel klei aan de wortels bleven zitten. Ze raakte aan de praat met de deze oudere jongen, die Douwe bleek te heten. Douwe, die ook een stevige groene regenpak draagt, laat haar niet onberoerd. Voor Else is het een echte spetter en ze probeert dicht in zijn bijzijn te werken. Tijdens de gesprekken met hem voelt ze dat haar schaamlippen zwaar opgezwollen zijn en ze merkt ook dat haar vagina er niet droog van blijft. In één van de gesprekken reageert Douwe met een glimlach naar haar en toen herkende Else hem. Het bleek de zelfde jongen te zijn, die ze de eerste keer had ontmoet toen ze voor het eerst op De Groene Hoeve kwam. Hij reed toen op een motor en volgens Else had Douwe niet door dat hij haar eerder had ontmoet. Om ongeveer 12 uur gingen ze naar de kantine. Het was tijd om te schaften. De regenpakken van de werkers waren behoorlijk smerig geworden van het oogsten van de preiplanten. In de middag zouden ze weer verder werken aan de prei-oogst. De werkers hingen hun regenjassen aan een haakje in kleedruimte waar de kleren en laarzen werden bewaard. Else liep eerst naar de gele slang met sproeikop en probeerde de meeste klei van haar regenpak te spoelen en stopte daarna haar rubberen handschoenen in de jaszakken en hing vervolgens alleen haar natte regenjas op. Else ging in de kantine aan het eind van de tafel tegenover Douwe zitten die zijn regenpak gewoon had aan gelaten. Hij gaf er blijkbaar niet om in zijn smerige regenpak te zitten. De meeste werkers waren jonger dan Else en Douwe en zaten in de pauze na het eten met hun mobiel allerlei spelletjes te doen. Else las nog even haar berichtjes.

Toen keek hij naar Douwe die tegenover haar zat. Else vroeg wat hij de laatste 4 jaar had gedaan, maar Douwe gaf geen direct antwoord op haar vraag. Douwe vroeg naar haar school en Else vertelde over haar opleiding in de provinciehoofdstad. Else vertelde dat ze de woensdagen nauwelijks lessen had. Ze vertelde ook dat ze met de motor de reis naar school en terug maakte. Oh, dus die motor is van jouw, vroeg Douwe. Else knikte bevestigend. Douwe was zichtbaar onder de indruk. Else was meer onder de indruk van dat smerige regenpak die Douw droeg. Een paar tellen later voelde Else dat de smerige laarzen van Douwe tegen haar onderbeen aankwamen. Else verplaatste haar benen iets, maar daarna voelde ze opnieuw dat de smerige laarzen van Douwe tegen haar regenbroek en laarzen werden gewreven. Toen verplaatste ze haar benen niet, maar bood tegendruk. Ze zag dat smerige vegen op haar natte regenbroek kwamen en dat hij naar haar glimlachte. Else ging zwaarder ademen en ze kreeg het er warm van. Douwe moest eens weten hoe geil ze hierdoor van hem werd. Opeens stopte Douwe hiermee. Hij vertelde wat zijn werk die middag was en de komende dagen in zou houden. Douwe vertelt dat hij vooral trekker zal moeten rijden en met welke machines hij moest werken. Hij beweerde dat je dan ook vooral goede beschermende kleren nodig hebt. Op de trekker en met machines kun je een regenpak goed gebruiken. Volgens hem is het vooral nodig om te voorkomen dat je kleren onder olie zou komen te zitten. Volgens Else zou dat wel meevallen. Het is tijd, zei Gerrit. Ze stapten allemaal op om die middag weer verder te gaan met het werk, waar ze mee bezig waren, behalve Douwe, want die moest trekker rijden. Op de woensdag, na de kennismaking met Douwe, was ze met anderen aan het werk in de bloemkolen. Het was een regenachtige woensdag. Ze had net als zaterdag haar groen regenpak en groene laarzen aan voor het werk. Zonder regenpak kon ze bij dit vochtig weer tussen de bloemkolen onmogelijk droog blijven. Vandaag liep ze minder samen op met de groep. De groep bestond vandaag vooral uit jongens die nog niet zo heel lang van de basisschool af waren en hun verhalen interesseerde haar niet zo. De bloemkolen moeten met elastiek worden toegedekt, omdat ze anders geel worden. Op het land naast de bloemkool van een andere akkerbouwer waren werkers bezig met de oogst van spruiten. Ze had deze werkers al een poosje geobserveerd. Het was zittend werk, maar toch ook vrij intensief werk.

Ze moesten de afgesneden planten in de machine stoppen, waardoor de spruiten worden afgesneden van de stelen. Ze werkten onder een afdak, maar toch was het een nat karwei, omdat de planten erg nat zijn. Dat is de reden dat ze ook met regenpakken aan hun werk doen. Het werk in de bloemkool is een heel ander werk, omdat je bijvoorbeeld meer voorovergebogen moet werken. Door het voorovergebogen werk zag Else de rode trekker vrij laat aankomen. De rode trekker werd aan de kant van de doodlopende betonnen weg geparkeerd tegenover de groep jongens die in de bloemkool aan het werk was. Else zag dat Douwe uit de trekker stapte. Hij had nu ook weer zijn stevige groene regenpak aan. Else haar hart begon harder te kloppen. Else vond dat hij er gewoon geweldig stoer uit ziet in zijn regenpak, maar ze raakte er ook opgewonden van. Ze zag dat Douwe een kleine aanloop nam. Douwe sprong over de sloot, maar kwam niet helemaal goed terecht. Hij gleed voorover alsof hij over iets struikelde. Daarna verdween hij uit het zicht, doordat de koolplanten het uitzicht op de glijpartij benam. Else beet op haar lip om niet te gaan lachen. Jammer dat ik daar niet in de buurt stond, dacht ze. Ze hoorde de groep werkers in de bloemkool reageren op het lachwekkende gebeuren. Douwe stond snel overeind van de plaats waar hij languit had gelegen. Vanaf deze afstand kon Elsa zien dat Douwe er niet helemaal fris uitzag. Hij liep nu naar de groep en besprak iets met hen. Misschien was hij boos of zo. Else zou het nog wel horen wat Douwe tegen hen had gezegd. Even later zag ze dat Douwe op haar afkwam. Zou hij boos zijn? Toen Douwe dichter bij haar kwam zag ze dat zijn regenbroek door de natte koolplanten schoon was geworden, maar zijn regenjas zat nog behoorlijk onder de modder. Heb je vergeten je polsstok mee te nemen, vroeg Else. Oh dus jij zag dat ook, zei Douwe. Ja zeker, alleen jammer dat ik er niet wat dichterbij stond. Douwe keek een beetje zurig. Wacht ik zal je een beetje schoon maken, zei Else tegen Douwe. Met haar zwarte rubberen handschoenen trok ze zijn regenjas omhoog en veegde een deel van de modder van zijn groene regenjas, maar daardoor kwam zijn regenjas er nog smeriger er uit te zien. Else hoorde aan zijn ademhaling dat hem dit opwond. Ze zag ook dat de voorkant van de regenbroek bij zijn kruis naar voren strak stond. Er stak duidelijk bij hem iets naar voren… Zo is het wel goed zei Douwe zwaar. Else glimlachte naar hem. Zullen we even kijken bij de spruitenwerkers aan het eind van het perceel, zei Douwe. Else vond het prima. Ze liepen dwars over de akker van de bloemkool en de akker van de spruitkool naar de oogstmachine. Het geluid van de tegen elkaar aan schurende regenbroekspijpen was een aantrekkelijk geluid voor Else. En niet meer over de sloot springen hé, zei de trekkerchauffeur. Douwe keek een beetje schaapachtig en reageerde, oh jij hebt dat dus ook gezien? Ja zeker, zei de chauffeur van de trekker. Dat was bijna het mooiste wat ik vandaag heb gezien, waarbij hij naar Else keek. Voortaan voorzichtig slootje springen. Ja altijd, reageerde Douwe. Aan de trekker-chauffeur, die de vracht met spruiten naar de boerderij moest brengen, vroeg Douwe hoeveel banen ze nog moesten trekken. Dit zijn de laatste paar meters zei de oudste. We hebben voor vandaag genoeg binnen en het wordt ook te nat. Aan het eind van de akker stond de trekker met wagen gereed om de vracht spruiten verder te vervoeren. Else en Douwe keken nog even hoe de laatste spruitplanten van het land werden gesneden en in de machine werd gestopt. Aan het eind van de baan stopte de grote plukmachine, waarna de spruiten met de transportband in de gereedstaande wagen werden gestort. Douwe groette de werkers en samen liepen Douwe en Else terug over de wendakker van het nog staande spruitkool en daarna liepen ze langs beide akkers richting de dam waar de leenfiets van Else stond en de trekker was geparkeerd langs de weg. Tussen de akkers spruitkool en bloemkool liepen Else en Douwe richting de dam waar de trekker en de leenfiets stonden. Else zag door de regen dat de groep jonge werkers met Gerrit, die in de bloemkool hadden gewerkt, al waren vertrokken. Het was blijkbaar tijd om te stoppen. Ze liepen het hele eind terug. Douwe vertelde wat het plan is voor volgende week. Op de rand van beide akkers was niet echt een pad. Er bleven grote hompen klei aan de laarzen hangen, waardoor ze minder snel aan het eind van de akker aankwamen. De trekker met de vracht spruiten reed naar de boerderij en het geluid werd steeds minder duidelijk hoorbaar. Ook begon het iets harder te regenen. Else en Douwe liepen achter elkaar, omdat de ruimte tussen de akkers te smal was om met z’n tweeën naast elkaar te lopen. Douwe liep voorop en trok zonder Else het zag, zijn rubberen handschoenen aan. Aan het eind van de akker liet hij Else voorop lopen… Net toen Else zich afvroeg waarom Douwe niet naast haar kwam lopen, struikelde ze over de zwarte rechter laars van Douwe. Tegelijk werd Else behoorlijk hard tegen haar rug geduwd. Doordat haar laarzen geblokkeerd werden, kon ze niet op tijd een been vooruit zetten en daardoor kwam ze bijna languit in de modderige bandensporen terecht.

Else kwam eerst op haar knieën en handen terecht en daarna gleed ze met haar handen vooruit. Voordat ze besefte wat er was gebeurd, zat Douwe met zijn natte regenpak op haar rug. Het enige wat Else kon zeggen was: hé wat doe je. Douwe reageerde niet op haar vraag. Douwe was met heel andere dingen bezig. Hij was heel snel op haar rug gaan zitten met zijn knieën naast haar zij. Met zijn zwarte rubberen handschoenen duwde hij op haar bovenrug. Else kon daardoor zich niet van de grond afzetten. Daarna zette Douwe zich met zijn handen af. Douwe gleed met zijn natte regenbroek gemakkelijk over haar natte gladde regenpak naar achteren. Tegelijk verschoof hij zeer snel zijn benen naar achteren. Zijn knieën waren naar buiten gericht en zijn onderbenen leunden zwaar op haar onderbenen. Toen hij daardoor languit op haar lag, duwde hij onverwachts zijn in rubber verpakte handen onder haar regenjas onder haar borstkas.

Douwe hield haar daardoor stevig vast. Else kon nu geen kant meer op. Toen wurmde hij met zijn onderbuik naar rechts en naar links tegen haar achterwerk aan. Else voelde nu tot haar schrik zijn grote stijve penis tegen haar achterwerk. Daarna begon Douwe stotende bewegingen te maken met zijn onderbuik tegen haar achterwerk. Met haar capuchon op hoorde Else door het getik van de regen heen, zijn zware ademhaling. Ze voelde zijn stijve penis van onder zijn regenbroek tegen haar regenbroek aanstoten. Ze wilde zich los wurmen en omdraaien, maar hij hield haar met zijn stevige armen onder haar lichaam in een ijzeren greep. Ze riep dat hij haar los moest laten, maar Douwe reageerde niet op haar. Het los wurmen scheen hem nog meer op te winden. Else hoorde hem nu ook kreunen. Else dacht, ik wordt hier letterlijk aangerand. Aan de ene kant vond Else het vernederend, maar tegelijk vond ze het ook wel spannend en seksueel erg opwindend. Het was voor haar als een soort riskant avontuur. Gelukkig kwam er weinig modderig water naar binnen door haar regenpak. Else hoorde Douwe nog meer kreunen. Zijn grote harde stijve penis leek wel door het regenpak van Else heen te steken. Douwe zei hardop dat hij het heerlijk vond en kreunde hard. Daarna stootte hij een paar keer hard tegen haar achterwerk, waarbij hij opnieuw zwaar kreunende geluiden maakte. Else probeerde nu vooruit te tijgeren, maar het lichaam van Douwe leunde helemaal op Else. Hierdoor kwam ze slechts een kleine halve meter vooruit. Ze werd er enorm moe van en na deze poging om los te komen gaf Else het op. Else kon geen kant op en moest het allemaal passief ondergaan. Na nog enkele stoten van Douwe bleef hij stil op haar liggen. Hij duwde nu zijn harde stijve penis tegen haar achterwerk. Waarschijnlijk kwam hij nu klaar en spoot hij zijn sperma in zijn broek. Douwe bleef nog even liggen en liet toen de greep om Else los. Hij stond op van haar. Else draaide zich om en ging zitten. Douwe bood haar een arm aan, maar Else weigerde daar gebruik van te maken. Haar groene regenpak zat enorm onder de modder. Sorry Else, zei hij schor. Ik kon mij niet meer in bedwang houden, zei Douwe. Je ziet er geweldig aantrekkelijk en geil uit in je regenpak. Ze stond op van de modderige plek waar ze had gelegen en veegde de modder van haar regenpak af, maar dat hielp niet veel. Mooi is dat, zei ze tegen hem. Zo zijn we collega’s en zo rand je mij hier aan op de rand van de akker, zei ze, waarbij Else Douwe erg kwaad aankeek. Sorry, zei Douwe nogmaals. Het was niet de bedoeling om je te bezeren. Ik heb mij helemaal laten gaan. Sorry, het spijt me. Kan ik het weer goed maken, vroeg Douwe. Hij keek Else met meelijwekkende ogen aan. Ik heb nog nooit een vent zo zielig zien kijken, dacht Else. Ik denk dat ik maar eens met een advocaat moet gaan praten, zei Else hardop. Ik weet niet wat voor straf op aanranding staat, maar dat zal niet misselijk zijn. Maar eerst moet je mij met de trekker naar de boerderij brengen, want ik zie er uit als een beest en dan moet je later maar de fiets ophalen. Ja natuurlijk, zei Douwe. Hij stak zijn hand uit om Else te helpen richting de dam van de akker. Else nam zijn uitgestoken hand niet aan en liet die in de lucht hangen. Ze liepen richting de dam en daarna naar de rode trekker die in de berm stond geparkeerd. Het begon nog harder te regenen. Voor de zekerheid liet Else nu Douwe voorop lopen. Else liep naar de trekker met gemengde gevoelens. Ze was aan de ene kant overweldigd bij het idee dat Douwe zulke gevoelens voor haar had, maar de manier waarop hij dat liet merken riep ook gevoelens op van afkeer. Else wist nog niet welke gevoelens ze de voorrang moest geven. Bij de trekker deed hij de deur voor Else open. Else probeerde met haar rubberen handenschoenen nog wat modder van haar regenbroek af te vegen, maar het hielp weinig. Else klom in de trekker. Douwe liep om de trekker heen en stapte in aan de andere kant van de trekker. Toen hij op de trekkerstoel zat bleef hij even stil zitten en liet hij zijn rubberen handen, die onder de modder zaten, rusten op het zwarte stuur. Toen zei hij, Else je moet mij vertellen hoe ik het weer goed kan maken met je. Daar moet ik eerst nog eens over nadenken, zei Else. Hij startte de trekker. Else kreeg bijna medelijden met hem en zou eigenlijk zo bij hem op zijn modderige knie willen gaan zitten, maar dat deed ze toch niet. Ze zeiden op de terugreis naar het bedrijf niets tegen elkaar. Douwe plaatste de trekker vlak bij de spuitplaats. Zal ik je eerst schoon spuiten. Dat is goed zei ze. Heel voorzichtig spoot hij haar regenpak, laarzen en handschoenen schoon. Hij probeerde het hierdoor weer goed te maken, dacht ze. Daarna was hij aan de beurt. Else ging minder zachtzinnig te werk. Eerst de achterkant en daarna de voorkant. Vervolgens richtte ze de straal op zijn gezicht. Hij draaide zich snel om. Recht blijven staan, zei ze streng. Goed, goed zei hij. Daarna richtte ze de straal op zijn tors en daarna met hoge druk op zijn kruis. Hé wat doe je. Het waren precies de zelfde woorden die zij had gebruikt. Nadat ze allebei schoon waren liepen ze in hun natte regenpakken richting de kantine. Else haalde uit haar metalen kast haar eigen kleren en ging naar de douche om zich te verkleden en Douwe hing zijn regenbroek en regenjas aan de haak in zijn eigen kast en trok een groene jekker aan. Daarna liep hij terug naar de trekker om met een kar de fiets op te halen, die Else had geleend. Else deed haar groene PVC regenpak in de kast, die nog nadrupte. Uit de kast haalde ze haar motorregenpak te voorschijn, die ze vervolgens aantrok, waarna ze haar helm opzette.

In de kantine zagen ze elkaar weer, nadat Douwe de fiets had gehaald. Else stond op het punt om te vertrekken. Douwe smeekte haar nogmaals of zij alsjeblieft geen aangifte zou willen doen. Hij had er alles voor over om dat te voorkomen en om het weer goed te maken met haar. Ik begrijp het, zei Else. Ik ga er nog eens goed over nadenken. Ze liep in haar zwarte regenpak naar de motor. Met zeer gemengde gevoelens reed ze naar huis. Thuis zag ze dat er een berichtje was van Douwe. Hij was erg bang, dacht Else. Op naar deel 2………

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *